Hoe verloopt het onderzoek?
Gesprek over het moment waarop het scheelzien werd opgemerkt,
familiegeschiedenis en mogelijke klachten
• Zichtmeting, aangepast aan de leeftijd, elk oog apart
• Controle van oogstand en oogbewegingen met verschillende testjes
• Meten van de oogsterkte; vaak met oogdruppels om nauwkeurig te meten
• Testen van de samenwerking van beide ogen
• Oogonderzoek van voor- en achterkant van het oog
Bespreking en vervolg
De oogarts legt uit:
• Of een bril nodig is
• Of een bril, pleister of chirurgie (of een combinatie van deze) nodig is.
• Of verdere behandeling of opvolging nodig is
Vaak wordt een controleafspraak ingepland.
Meestal wordt een strabisme-ingreep pas uitgevoerd als er geen lui oog meer is en het scheelzien stabiel en betrouwbaar te meten is.