1) Ectropion
Het onderooglid draait naar buiten (weg van het oog).
Gevolgen:
• Het oog is niet goed beschermd
• Tranen lopen over de wang
• Roodheid, irritatie, droge ogen
• Kans op infecties of beschadiging van het hoornvlies
2) Entropion
Het onderooglid draait naar binnen, waardoor wimpers tegen het oog schuren.
Gevolgen:
• Sterke irritatie en tranen
• Roodheid en pijn
• Krassen op het hoornvlies
• Risico op infecties of littekens
3) Ptosis (hangend ooglid)
Het bovenste ooglid hangt te laag, waardoor het oog (deels) bedekt wordt.
Gevolgen:
• Minder zicht, vooral naar boven toe en het gevoel om door een gleuf te moeten kijken
• Oog voelt zwaar of moe aan
• Soms hoofdpijn of nekklachten door constant “ogen open trekken” met de voorhoofdsspier
• Kan er asymmetrisch uitzien (één ooglid lager)
Deze problemen komen vaker voor bij oudere mensen
omdat de weefsels verslappen, maar kunnen ook ontstaan na
een ongeval, operatie of een na een spontane verlamming (Bell’s palsy).
Wat gebeurt er tijdens het consult en de behandeling?
Een consult is meestal 30 minuten en gebeurt bij een oogarts met specialisatie in ooglidproblemen.
Tijdens uw afspraak bij de oogarts:
• Worden uw klachten besproken
• Wordt uw zicht getest
• Kijkt de arts de stand van de oogleden na
• Wordt het hoornvlies gecontroleerd op schade
• Soms extra testen bij droge ogen
Behandeling
Bij een afwijkende ooglidstand is een operatie vaak de beste oplossing.
Andere maatregelen zoals druppels of tape zijn meestal tijdelijk en/of onvoldoende beschermend.
Hoe verloopt de operatie?
• Meestal onder lokale verdoving
• Duur: ± 30–60 minuten per ooglid
• Vaak als dagbehandeling (zelfde dag naar huis)
Ectropion: het ooglid wordt strakker gezet of herplaatst.
Entropion: het ooglid wordt naar buiten gedraaid en vastgezet zodat de wimpers niet meer tegen het oog schuren.
Ptose: het ooglidspiertje wordt opgehaald en verkort zodat de oogleden terug een gelijke stand hebben