Dit gebeurt meestal:
• Vragen over klachten (wazig zicht, vlekken, vervorming) en medische achtergrond (diabetes, medicatie, etc.).
• Basisonderzoek: gezichtsscherpte, oogdruk en een algemeen oogonderzoek.
• Pupilverwijding met druppels (na afloop tijdelijk wazig en lichtgevoelig).
• Netvliesonderzoek met foto’s en een OCT-scan (snelle, pijnloze scan van het netvlies).
• Soms extra tests zoals een gezichtveldonderzoek of een contrastonderzoek ‘fluo-angiografie’ om de bloedvaten in het netvlies met contrast zichtbaar te maken
• Bespreking van de diagnose en behandeling (injecties, laser, druppels of controle).
• Meestal volgt er een controle elke 1–2 maanden als de ziekte actief is.
Praktische tips
• Injecties zijn snel en met verdoving; complicaties zijn zeldzaam.
• Veel netvliesaandoeningen hebben regelmatige controles nodig om verslechtering te voorkomen.